Vaccins tegen het SARS-CoV-2 virus – Deel 3

Bijgewerkt: jan 23

Vervolg van deel 2:

3. De Economische Arena:

Van 1928 tot 1932 daalt het Bruto Nationaal Product van Duitsland met minstens 25% als gevolg van de Grote Depressie, een daling die nog wordt verergerd door de herstelbetalingen die Duitsland moet doen in het kader van het Verdrag van Versailles. De werkloosheid stijgt van 750.000 mensen in 1928 naar 6 miljoen in het begin van 1932. Het betaalde bedrag aan belastingen per hoofd van de bevolking daalt met 41% en het gemiddelde belastbare inkomen van artsen daalt met 34%.

In 1933 is ongeveer 17% van de Duitse artsen Joods, en eenzelfde percentage artsen met een gecertificeerde privépraktijk die patiënten met een ziektekostenverzekering mogen behandelen is Joods. In de grote Duitse steden is een nog veel groter aandeel van de artsen Joods, in Berlijn bedraagt dit aandeel tussen de 40 en 50%. Om als ‘Joodse arts’ te worden aangemerkt stelt het Deutsches Ärzteblatt dat het volstaat als een van de ouders of grootouders ‘niet-Arisch’ is.

Het gemiddelde inkomen van artsen en advocaten in Duitsland in de periode 1928-1939. Ter vergelijking: in 1933 hebben mijnwerkers een jaarinkomen van 1404 Reichsmark, dat in 1938 stijgt naar 1430 Reichsmark. Dat na 1933 het inkomen van artsen sneller stijgt dan dat van advocaten is rechtstreeks het gevolg van de agressieve en systematische strategie van de Duitse Artsenverenigingen om de Joodse collega’s hun licenties te ontnemen, een strategie die al begint voordat de nationaal-socialistische regering de eerste anti-Joodse decreten uitvaardigt. Het is de uitwerking van Dr. Haedenkamp’s ‘werkgelegenheidsbevorderende strategie’.

Begin maart 1933, kort na de inauguratie van het nieuwe en openlijk anti-Joodse nationaalsocialistische bewind, worden Joodse collega’s in Berlijn, Breslau (Wroclaw) en Beieren zonder verdere formaliteiten ontslagen. In Baden wordt Joodse artsen de licentie ontnomen om patiënten met een ziektekostenverzekering te behandelen, hoewel de wet dit nog steeds toestaat.

Op 23 maart 1933 besluit zowel de Hartmannbund als ook de Deutscher Ärztevereinsbund om stappen te ondernemen tegen de Joodse collega’s. Deze maatregelen worden aangekondigd in het Deutsches Ärzteblatt en gelden in heel Duitsland. Dr. Stauder, als hoogste en democratisch gekozen vertegenwoordiger van alle Duitse artsen, adviseert de Duitse ziektekostenverzekeringsmaatschappijen om ‘zo snel mogelijk de Joodse dokters die een plaats hebben in de vergoedingssystematiek te vervangen’. Hij maant zijn Joodse collega’s om onmiddellijk ontslag te nemen, ongeacht of ze gekozen of aangesteld zijn.

Op 5 april ontvangt de Rijkskanselier Dr. Stauder. Een week later wordt in een verslag van dit gesprek, dat gepubliceerd wordt in het Deutsches Ärzteblatt, het volgende verklaard:”De Rijkskanselier erkende de moeilijkheden en economische nood die bestaan in de medische gemeenschap en dan speciaal onder de jonge artsen. Door krachtige acties, met als doel het verwijderen van raciale uitheemse elementen, moet werkgelegenheid en ruimte om te leven – Lebensraum – voor deze jonge Duitsers worden geschapen”.

“Of een Jood of een collega”

Op 6 april 1933 rapporteert het Deutsches Ärzteblatt dat het bereiken van het doel van de ‘zelfreiniging’, ofwel het gedwongen vertrek van Joodse collega’s uit diverse raden en commissie’s van de professionele artsenorganisatie, zonder problemen is verlopen en globaal is afgerond. Voor het eerst wordt uitgesproken dat “Duitsers alleen door Duitsers behandeld zouden mogen worden”.

Op 8 april 1933 publiceert dr. Haedenkamp een gedetailleerde lijst van maatregelen gericht tegen de Joodse collega’s, die ‘ondertussen geïmplementeerd zijn’. Hij merkt daarbij op dat “hoewel voorlopig, we nog gebonden zijn aan bestaande wetgeving”. Dienovereenkomstig,’moet er op worden gelet’ dat Joodse artsen niet alleen worden geweerd uit de professionele artsenverenigingen, maar dat ze ook worden geëlimineerd uit alle professionele functies in de maatschappij. Hij stelt: “In grote delen van het land mogen vele Joodse artsen voorlopig geen patiënten met een ziektekostenverzekering meer behandelen”. Verder stelt hij:”De nieuwe regelgeving betreffende de bevoegdheden om praktijk te houden in privépraktijken en patiënten met een ziektekostenverzekering te mogen behandelen, worden afgeleid van de intentie om een ‘werkgelegenheid’s bevorderende strategie’ te implementeren vanuit de medische professie zelf”. In diezelfde tijd wordt een van de meest vermaarde leden van de Deutsche Gesellschaft für Innere Medizin, professor Leopold Lichtwitz, het voorzitterschap van het 45e jaarcongres in Wiesbaden ontnomen omdat hij ‘niet-Arisch’ zou zijn. Slechts een jaar eerder werd hij gekozen tot voorzitter van dit congres.

Slechts vier weken nadat de Duitse artsenverenigingen besloten ‘stappen te ondernemen’ tegen de Joodse collega’s, vaardigt de net ingehuldigde minister van het ‘Reichsarbeitsministerium’ het eerste decreet uit tegen ‘niet-Arische’ artsen. Zij krijgen geen nieuwe licenties meer en ook mogen ze geen patiënten met een ziektekostenverzekering meer behandelen. Het decreet, voor een belangrijk deel opgesteld door dr. Haedenkamp, maar formeel uitgevaardigd door het ministerie, wordt aangekondigd in verscheidene medische tijdschriften. Dr. Haedenkamp’s publieke commentaar is als volgt:”De wettelijk bindende voorwaarden voor het verstrekken van licenties om als arts te mogen werken zijn nu precies geformuleerd met de intentie om alle niet-Arische artsen te elimineren.” De regie voor de implementatie voor de ‘Entjudung’ wordt toegewezen aan de Hartmannbund met als uitvoerend directeur diezelfde dr. Haedenkamp.

Op 20 mei 1933 publiceert de Journal of American Medical Association (JAMA) Engelse vertalingen van de Duitse decreten waarin de decertificatie en het intrekken van de licenties voor niet-Arische artsen zijn vastgelegd. Kort daarna tekenen vele prominente Britse wetenschappers, waaronder Lord Rutherford, Lord Rayleigh, Sir William Bragg, en professor Haldane, een publieke petitie waarin wordt geprotesteerd tegen het beleid van de Duitse regering om geleerden en wetenschappelijke docenten te dwingen hun academische posities te verlaten, omdat ze door deze decreten op basis van ‘religie, politieke opinie of ras, niet in staat zijn om hun werk te doen in hun eigen land’. Deze petitie, ondersteund door de Royal Society, bevat de namen van 164 Duitse eminente geleerden en wetenschappelijk docenten, voor het overgrote deel gerespecteerde hoogleraren, die werden verdreven van de Duitse universiteiten in de periode tussen 4 april en 15 mei 1933. In oktober 1933 bevat dezelfde lijst inmiddels meer dan 1000 namen, en in Londen wordt onder het voorzitterschap van Lord Rutherford 500.000 dollar ingezameld ter ondersteuning van van de universiteiten geweerde hoogleraren en wetenschappelijk docenten. Albert Einstein, “die in de Engelse taal, zijn diepe gevoel van dankbaarheid uitsprak… Een historicus die ergens in de toekomst zou moeten oordelen over deze tijd, als Europa politiek en economisch verenigd is, zou kunnen zeggen dat de vrijheid en eer van dit continent gered zijn door haar Westerse Naties”.

Op 23 juni 1933 vaardigt het ‘Reichsarbeitsministerium’ een nieuw decreet uit dat extra strenge beperkingen oplegt aan de werkzaamheden van niet-Arische artsen in de Duitse gezondheidszorg, zelfs als zij over een speciale licentie beschikken om hun vak uit te mogen oefenen. Het resultaat van dit decreet en de vorige decreten is dat het aandeel van Joodse artsen die gecertificeerd zijn om patiënten met een ziektekostenverzekering te mogen behandelen in slechts een jaar daalt met 31% (van 5308 naar 3641 Joodse artsen). Deze vrijgekomen banen worden voornamelijk opgevuld door jonge Duitse artsen die loyaal zijn aan de Nationaal-Socialistische partij.

Het dalende percentage praktiserende niet-Arische artsen in de periode 1933-1939 als resultaat van de decertificatie en het intrekken van licenties van niet-Arische artsen door de nationaalsocialistische regering.

Op 15 juli 1933 verschijnt het eerste artikel in het Deutsches Ärzteblatt dat volledig gericht is tegen het ‘Jodendom’. De vraag die openlijk in het artikel wordt gesteld is de volgende: “Welke maatregelen zijn het meest geëigend om te voorkomen dat verdere aantasting (van de Duitse artsenstand door het Jodendom) optreedt, en hoe de plaats die zij wederrechtelijk heeft ingenomen terug te eisen”. Op 21 juli 1933 wordt een overeenkomst bereikt tussen de belangrijkste artsenverenigingen en de ziektekosten-verzekeringsmaatschappijen, waarin wordt aangekondigd dat ‘in de toekomst alleen nog Arische artsen zullen worden aangesteld, en dat niet-Arische artsen alleen nog behandelingen vergoed krijgen als zij niet-Arische patiënten behandelen.

Op 29 juli 1933 publiceert het Deutsches Ärzteblatt op het titelblad het volgende decreet: “Het is verboden dat: (1) artsen van Duitse origine (verzekerings)dekking regelen voor artsen van een ‘uitheems ras’; (2) artsen van Duitse origine patiënten verwijzen naar, of zorg accepteren voor patiënten van artsen van een ‘uitheems ras’; (3) artsen van Duitse origine consulten uitvoeren voor, of een consult aanvragen bij artsen van een ‘uitheems ras’. Bezwaar maken is uitgesloten.” Een golf van suïcides volgt onder Joodse artsen waaronder enkele gezaghebbende artsen en medisch wetenschappers, zoals professor Leo Langstein, ‘een van de leiders in de moderne kindergeneeskunde, wiens ‘plotse dood’ betreurd wordt in een ‘memorial’ in de Journal of the American Medical Associations.

Humaan ‘proefdier’ experiment in het concentratiekamp Dachau: Een Joodse gevangene, opgehangen in een parachuteharnas, wordt blootgesteld aan extreme drukveranderingen, om te onderzoeken wat het effect is van het ontruimen van een vliegtuig op grote hoogte.

Links: gegeneraliseerde epileptische aanval door zuurstofgebrek bij een extreme lage druk, beide middelste foto’s: slappe fase na het doormaken van de epileptische aanval met bewusteloosheid en rechts de fase met verwardheid na de epileptische aanval.

In de zomer van 1933 worden Joodse artsen verstoten door hun Duitse collega’s, geïsoleerd van hun patiënten, en wettelijk uitgesloten van het sociaal-maatschappelijke leven in Duitsland. Deze verbanning uit de medische wereld van Joodse artsen, aangeduid als ‘een werkgelegenheidsbevorderende strategie vanuit de medische professie zelf’, valt samen met een stijging van het inkomen van artsen met 11,3% in de volgende 12 maanden. In 1935 is het belastbare inkomen van de Duitse artsen verder gestegen met 25%.

Tegen het eind van 1933 wordt aan het begin van het wintersemester – begin van het universitaire jaar – aan de Universiteit van Berlijn een kennisgeving verspreid ‘betreffende de toelating van niet-Arische geneeskundestudenten, voor zover zij niet uitgesloten zijn van de studie, dat zij bij hun introductie-handleiding een identificatiebewijs zullen vinden dat nodig is voor het volgen van de studie”. De Arische geneeskundestudenten ontvangen een grijs identificatiebewijs, de niet-Arische geneeskundestudenten ontvangen een geel identificatiebewijs. Niet-Arische medische studenten moeten rekening houden met het feit dat zij geen licentie zullen krijgen om de geneeskunde te beoefenen na het afstuderen’.

De daling van het aantal toegelaten medische studenten en rechtenstudenten aan het begin van het universitaire jaar in de periode van 1932 tot 1938. De daling is voor een deel rechtstreeks het gevolg van het weigeren van Joodse studenten.

In 1933 zijn er in Duitsland naar schatting 9000 artsen werkzaam die worden aangemerkt als ‘niet-Arisch’. In 1938 zijn er hiervan nog maar ongeveer 285 artsen over, officieel aangeduid als ‘Juden- oder Krankenbehandler’. Zij mogen alleen nog Joden behandelen. Geschat wordt dat van alle niet-Arische artsen die in januari 1933 praktiseerden, ongeveer 5% zich suïcideerde, ongeveer 25% werd vermoord in concentratiekampen, en de anderen overleefden door te vluchten naar vrijwel ieder continent op aarde. In 1992 zijn er in Duitsland nog ongeveer 300 Joodse artsen werkzaam, ongeveer 2 op de 1000 artsen zijn Joods. “Waar het de medische professie betreft, is de Nazi-ideologie effectief. Duitsland is praktisch “Jodenvrij”.

Bespreking:

De drie bovengenoemde ‘arena’s in de Duitse nationaalsocialistische maatschappij – de politieke, de wetenschappelijke en de economische arena – werden in dit artikel onderzocht aan de hand van publicaties in toonaangevende Duitse medische tijdschriften in de periode van 1932 tot het eind van 1933. Dit om de opvattingen en doelen binnen de Duitse medische gemeenschap helder te krijgen en om de daarop volgende gebeurtenissen beter te kunnen duiden.

Door dit onderzoek ontstaat een duidelijk beeld dat de medische misdaden tegen de menselijkheid begaan door Duitse artsen en zoals gepresenteerd tijdens de ‘Doctor’s Trial’ in 1946, niet geleidelijk over een periode van meerdere jaren zijn ontstaan, maar dat daarvoor in een beperkte periode in 1933 de basis werd gelegd. De veranderingen zoals die vandaag de dag worden geïnterpreteerd als oorzaak van de – morele en ethische – teloorgang van de Duitse medische gemeenschap, werden in die tijd warm welkom geheten door de hoogopgeleide biomedische en wetenschappelijke elite in de volle breedte. Deze veranderingen kwamen voort uit de actieve en doelgerichte bijdragen van haar nationaal en internationaal bekende vertegenwoordigers, met als voorbeeld Dr. Haedenkamps “Het dienen van de Staat moet het enige doel zijn van de medische professie” en professor Plancks “The Kaiser-Wilhelm Gesellschaft ter Bevordering van de Wetenschap is bereid om systematisch das Reich te dienen”. De veranderingen resulteerden in onmiddellijk economisch voordeel voor de Duitse artsen, met stijgingen van het inkomen die significant hoger waren dan die van de overige bevolking, maar ook in vergelijking met andere academici zoals advocaten.

Deze documentatie suggereert sterk dat de transformatie van de Duitse geneeskunde niet adequaat omschreven kan worden met de metaforen van het ‘hellend vlak’ of de ‘plotselinge ondermijning’ van de artsengemeenschap door het nationaalsocialistisch bewind. Het bewijs voor een ‘sneeuwbaleffect’ waarbij de morele en ethische transformatie geleidelijk zou zijn ontstaan en relatief klein en weinig afwijkend van de gebruikelijke normen en waarden zou zijn begonnen, als het gaat om de motivatie, betrokkenheid of medewerking van de Duitse artsen, is op zijn best mager te noemen. Alle beslissingen van de medische gemeenschap hadden de intentie om de gang van zaken te versnellen, tot op het punt van vrijwillige onderwerping aan het nationaalsocialistisch regime. De artsengemeenschap streefde het Nazi-bewind voorbij in de eugenetische dadendrang en ze was zelfs sneller dan Hitler zelf bij het instellen van anti-Joodse regelgeving.

Of men de verschillende bovenbeschreven arena’s nu afzonderlijk of gezamenlijk beschouwt, de gedachte dat de Duitse artsengemeenschap ‘onteert’ of ‘verkracht’ zou zijn door maximaal 400 Nazi’s, kan evenmin met deze documentatie worden onderbouwd. Ook ondersteunen ze een plotselinge onvrijwillige onderwerping van de artsengemeenschap aan het Nazi-regime niet. Alle grootheden van de beroepsgroep, hun associaties en de hele biomedische beroepsgroep blijken vanaf het begin rationeel te hebben gehandeld, en leken bijzonder enthousiast te zijn om de voorgestelde weg in te slaan. De uitspraken, programma’s en uitgevoerde maatregelen zoals in deze documenten terug te vinden zijn, schetsen niet het beeld van artsen die tegen hun wil meegesleurd werden en gedwongen werden handelingen uit te voeren die ze niet uit wilden voeren, en ook niet dat ze gedwongen werden stappen te zetten op een pad dat men niet in wilde slaan. Dit essay kan alleen de feiten weergeven, en het is aan de historici om te bepalen waar en wanneer de wortels van het morele verval zijn ontkiemd.

De annalen van de ethische en morele teloorgang van de Duitse geneeskunde staan vol met vermaarde en internationaal bekende wetenschappers zoals de professoren Planck, Rüdin en Hallervorden, maar ook uit clinici zoals de op Harvard opgeleide professor Schaltenbrand. De laatste voerde neuro-immunologische experimenten uit op patiënten die niet geïnformeerd waren – niet in een concentratiekamp maar aan de Julius Maximillians Universität Wurzburg. Het algemene beeld van Nazi-beulen en SS-kwakzalvers die dodelijke experimenten uitvoerden in concentratiekampen is wijdverbreid, als prototype van de artsen die werden aangeklaagd voor het Tribunaal van Neurenberg. Maar dit is een onjuist beeld – een stereotype geconstrueerd uit onvolledige gegevens. De directe betrokkenheid van vele en veelal toonaangevende medici en wetenschappers bij deze misdaden is schokkend, omdat deze mensen de hoogste professionele standaarden zouden moeten representeren. De internationale connecties van de Duitse artsen en wetenschappers en de financiële steun die in die tijd beschikbaar was voor de geneeskunde en wetenschap maken de snelheid en uitgebreidheid van de transformatie van de Duitse geneeskunde in 1933 des te opmerkelijker.

De les over het samenvallen van verschillende krachten:

De nieuwe nationaalsocialistische regering begon kort met haar aantreden met het ontwerpen van wetgeving die de hele biomedische wereld aanging. Als voorbeeld mag dienen dat het nationaalsocialistisch bewind stopte met het afdwingen van naleving van de uitermate vooruitstrevende wetgeving omtrent wetenschappelijke experimenten op proefpersonen, maar gelijkertijd ook een veel strengere wetgeving invoerde over onderzoek op proefdieren. Consequenter was het samenkomen van voorheen gescheiden krachten en invloeden die al langer in de Duitse maatschappij en biomedische gemeenschap bestonden. Het onderzoek van de documentatie uit de belangrijkste medische literatuur zoals hierboven beschreven, toont het bewijs in de politieke arena voor het samenvallen van de belangen van de professionele politici met die van de nationaalsocialistische regering. Het onderzoek van de documentatie in de wetenschappelijke arena laat zien dat de medische en wetenschappelijke wereld een eenheid vormden waar het de door de Staat gestelde doelen betreft, en deze doelen operationaliseerde en zelfs uitvoerde. Het onderzoek van de documentatie in de economische arena laat het ontstaan zien van een alliantie van de economische motieven van de artsengemeenschap en de staat en de in die tijd heersende anti-Joodse doctrine.

In deze interpretatie weerspiegelen de activiteiten van mensen als Stauder, Rüdin, Planck en Haedenkmap het samenkomen van voorheen gescheiden politieke, wetenschappelijke en economische krachten tot een uitermate sterke impuls die de relatie tussen de biomedische gemeenschap en de nationaalsocialistische regering drastisch veranderde. Met het ontstaan van deze verstrengeling van deze politieke, wetenschappelijke en economische belangen ontstond een beweging die zo sterk was dat men geen andere keus heeft dan het zich losmaken van de hypothese dat er sprake was van een geleidelijke ontwikkeling. De transitie verliep abrupt van de ene naar de andere toestand: in plaats van een geleidelijke verandering, was er een plotselinge omwenteling.

Een soortgelijk patroon – het samenkomen van voorheen gescheiden politieke, wetenschappelijke en economische krachten in een bijzonder sterke impuls die de relatie tussen artsen en politiek dramatisch verandert – is ook zichtbaar in twee grootschalige studies in de Verenigde Staten die als onethisch worden gezien en onder zeer verschillende omstandigheden uitgevoerd werden, de Tuskegee Syphylis study en de Humane Stralingsexperimenten. Hoewel beiden gefinancierd werden door de Amerikaanse overheid, bestaat er algemene consensus dat de Amerikaanse overheid daarna in beide gevallen getracht heeft uitgebreid en eerlijk onderzoek te doen, en de slachtoffers te compenseren. Daarbij moet worden aangemerkt dat de ‘subtiele verandering in de accenten’ van de attitude van artsen zoals sommmigen die hebben beschreven zoals in de Duitse situatie, een benadering is die de sociale context waarin geneeskunde bedreven wordt, neigt te negeren.

Van 1932 tot 1972 volgde men ijverig in een door de Amerikaanse Staat uitgevoerde studie 399 niet-geïnformeerde negroïde mensen met een bewust-onbehandelde syfilis en de dodelijke gevolgen van deze infectieziekte. De door de Amerikaanse staat uitgevoerde stralingsexperimenten op niet-geïnformeerde mannen en vrouwen, soms zwanger, werden in verschillende instituten in de Verenigde Staten uitgevoerd. Men injecteerde radio-isotopen en diende deze ook oraal toe. In een intern memorandum werden deze experimenten benoemd als zijnde ‘een lichte variant van de Buchenwald benadering”. De bij het onderzoek betrokken overheidsbeambten, hoewel ze hoogte waren van de Nazi-experimenten, zagen geen relatie met de experimenten die ze zelf uitvoerden. Ze deden de Nazi-experimenten af als geîsoleerde gebeurtenissen uitgevoerd door gestoorde wetenschappers, als pure waanzin die zich nooit zou herhalen. En het is juist die gedachtegang, ‘das sich die Dinge nie wiederholen’, die dat mogelijk maakt dat dergelijke afgrijselijke gebeurtenissen zich wél herhalen.

Het analyseren van de context van de gebeurtenissen in Duitsland in de zomer van 1933 zou niet alleen kunnen helpen bij het begrijpen van het verleden, maar ook om het heden en de toekomst beter te begrijpen. Ontwikkelingen in de maatschappij en de geneeskunde, vooral in Europa en Noord-Amerika, zouden opnieuw een versmelting kunnen geven van voorheen gescheiden politieke, economische en wetenschappelijke krachten. Biomedische vooruitgang, fiscale beperkingen, wettelijke beslissingen en overheidsregelgeving naderen het onderwijs ìn, en het praktiseren vàn de geneeskunde steeds dichter en oefenen een steeds grotere invloed uit. Deze krachten zijn wellicht niet zo demonisch als in Duitsland in de zomer van 1933, maar alleen als we bijzonder waakzaam zijn bij een volgende dreigende versmelting van dergelijke politieke, wetenschappelijke en economische krachten kunnen we een volgende catastrofe voorkomen.

Naschrift

Ik heb het artikel uit de British Medical Journal (2) naar mijn beste weten vertaald omdat ik het erg belangrijk vind om te laten zien wat er in het cruciale jaar 1933 in het nationaalsocialistische Duitsland is gebeurd, ook voor die mensen die de Engelse taal minder goed machtig zijn. Ik heb me zo goed mogelijk aan de tekst uit dit artikel gehouden en zo nodig aanvullende informatie gezocht die het hier geschrevene kon bevestigen (7).

De conclusie van het artikel is verontrustend, zo niet alarmerend. Het laat zien dat als economische, politieke en biomedische krachten hetzelfde momentum hebben dat er de mogelijkheid bestaat dat zich opnieuw een grote humane catastrofe voordoet. Dát er op dit moment sprake is van een dergelijk momentum van economische, biomedische en politieke krachten kan mijns inziens nauwelijks ontkend worden.

Natuurlijk is de situatie bij de geboorte van de nationaalsocialistische Staat in 1933 niet een-op-een vergelijkbaar met de huidige crisis zoals we die in het afgelopen jaar – tot mijn grote ontsteltenis – hebben zien ontstaan met betrekking tot de pandemie van het SARS-CoV-2 virus. In 1933 en in de jaren erna werden steeds meer bevolkingsgroepen aangewezen die ‘genetisch inferieur’ zouden zijn, niet alleen de Joodse medemens, maar zoals bekend mag worden verondersteld ook de Roma en de Sinti en vele andere etnische minderheden, naast de geestelijk en lichamelijk gehandicapte mensen. Het besproken artikel uit de BMJ laat heel goed zien hoe gelijkgerichte politieke, economische en wetenschappelijke krachten er toe leidden dat de anti-Joodse sentimenten versmolten met de leer van de Eugenetica en verder met de deplorabele economische toestand waarin Duitsland verkeerde. Deze situatie leidde tot een sociaal-maatschappelijk, economisch en medisch-wetenschappelijk volledig geaccepteerd ideologisch gedachtegoed, waarbij geen morele en ethische vragen hoefden te worden gesteld. Het belang van de Staat was richtinggevend. Het uiteindelijke resultaat van deze samenkomst was een allesvernietigende, martelende en moordende machine, geïnitieerd door de medische en wetenschappelijke beroepsgroepen, wettelijk mogelijk gemaakt en krachtig ondersteund door het nationaalsocialistische regime, en wederom uitgevoerd door de biomedische en wetenschappelijke elite, die daarbij vrijwel geen strobreed in de weg werd gelegd en niet zelden toegejuicht werd door de juridische en filosofische intelligentsia. Dát is waar een dergelijke situatie toe kan leiden, vooral als men uitgaat van het principe: “Die Apokalyptische Ansicht der Welt ist eigentlich die, daß sich die Dinge nicht wiederholen”. Het artikel laat ook heel goed zien dat de medische wereld en de wetenschap niet onafhankelijk opereren van politieke en economische invloeden, en zeker niet ongevoelig zijn voor financieel gewin, ook niet als hiervoor grote groepen mensen geslachtofferd moeten worden.

Het ras waartoe men behoort kan men echter niet kiezen, in tegenstelling tot het ondergaan van een vaccinatie. Het zich al of niet laten vaccineren behoort voor een ieder te allen tijde een volledig vrije keus te zijn, en dat is het op dit moment al niet meer. Mensen, zeker werknemers in de medische wereld, durven zich niet meer openlijk uit te spreken tegen de vaccinatie en durven deze ook niet te weigeren, onder druk van de politiek, de academische elite, vele medici en niet in de laatste plaats de werkgevers. Dat is de eerste parallel met de situatie in 1933. De vrije keus voor of tegen een vaccin is verdwenen, net zoals de keus in het nationaalsocialistische Duitsland om gesteriliseerd of vermoord te worden er niet was. Alleen de gevolgen van het ontbreken van de keuzemogelijkheid is anders, maar het principe is hetzelfde, zeker als wordt besloten tot een directe of indirecte vaccinatieplicht.

Verder was in de jaren 1933 de eugenetica een officiële wetenschappelijke leer die op vele Amerikaanse, Engelse en Duitse universiteiten werd onderwezen en ook in landen buiten Duitsland op weerzinwekkende manier door vele medici in praktijk werd gebracht, onder het goedkeurend oog van de politiek en met volle instemming van academici, waaronder vele rechtsgeleerden en filosofen, iets waarvan maar weinig politici, artsen en academici zich in deze tijd nog bewust lijken te zijn. Ook in de Verenigde Staten werd in de jaren ’20 een wet ingevoerd met een min of meer gelijke strekking als de Duitse Sterilisatiewet; ‘The Law for the Prevention of Genetically Diseased Offspring”, met als gevolg dat jaarlijks zo’n 50.000 mensen tegen hun wil in de VS werden gesteriliseerd. En dat alles om de bevolking gezond de houden, al ging het ten koste van de minder begaafde mensen – en vooral ook door het lot minder bedeelde mensen waar het onderwijs en de sociale omstandigheden betrof – en verder ging het ten koste van vele psychiatrische patiënten en raciale ‘ongewenste elementen’, die in Duitsland letterlijk met hun leven betaalden voor de ‘genetische gezondheid’ van het Duitse Volk. “For the Greater Good of the Nation.”

En dat is precies de analogie met wat enerzijds de Staat, en anderzijds rechtsgeleerden, ethici en filosofen in het afgelopen maanden prediken over het vaccin tegen het SARS-CoV-2 virus, dat zij poneren als ultieme en enig mogelijke redding van Het Volk en als bitter noodzakelijk om Het Volk gezond te houden, in een opzichtige en misselijkmakende poging om een heel volk te overtuigen zich te laten vaccineren. en wel tegen een virus dat voor het overgrote deel van diezelfde bevolking bij een besmetting met het SARS-CoV-2 virus geen ernstiger beloop kent dan het doormaken van Influenza: “Je doet het voor een ander, niet voor jezelf”. Jawel, “For the Greater Good of the Nation.”

Het is weerzinwekkende en bovendien onjuiste propaganda, omdat een goed vaccin allereerst en bovenal de ontvanger beschermd, en bij een optimale werking van een vaccin ook de verdere verspreiding van het virus bij de gevaccineerde persoon stopt, waardoor deze niets meer te vrezen heeft van iemand die niet-gevaccineerd is, zoals dit bij vrijwel alle vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma het geval is. Feit is echter dat we van de vaccins tegen het SARS-CoV-2 virus helemaal niet weten of de transmissie stopt bij de ontvanger van het vaccin. Bovendien is de kans op een ernstige vorm van de ziekte en overlijden aan een infectie met het SARS-CoV-2 virus in de leeftijdsgroep tot ongeveer 60 jaar zonder onderliggende aandoeningen jaar zo klein dat een vaccin aan deze prognose niet of nauwelijks iets kan verbeteren. Toch wordt het belang van het individu opgeofferd aan het vermeende belang van Het Volk, hoewel het in dit geval uitermate twijfelachtig of Het Volk hiermee überhaupt wel gediend is. Dat is de tweede parallel met de situatie in het Duitsland van 1933.

Het succes dat we hebben bereikt met vaccins tegen dodelijke en mutilerende infectieziekten zoals pokken, polio en mazelen heeft er toe geleid dat er in de bevolking en ook bij vele artsen en academici de misvatting bestaat dat vaccins enkel en alleen ten goede kunnen komen aan de bevolking, en dat er eenvoudigweg geen gevaarlijke situaties kunnen ontstaan bij massale vaccinatie van een heel volk, of nadelige gevolgen kunnen optreden ten gevolge van een experimenteel vaccin. Dit terwijl een vaccinatiestrategie ter bescherming van de meest kwetsbare groepen met het hoogste risico om ernstig ziek te worden of hieraan te overlijden een vele malen effectievere, ethisch en moreel beter te verdedigen is en ook goedkopere en sneller te implementeren aanpak zou zijn, mits het om bewezen veilig en werkzaam vaccin gaat. Dat laatste is tot op de dag van vandaag echter nog maar de vraag. Het gaat om een nieuwe techniek van vaccinatie, op basis waarvan nog geen enkel vaccin volgens de normale registratieprocedure is toegelaten, en vaccinatie met de op deze techniek gebaseerde vaccins nog nooit op zo’n massale schaal werd toegepast. Verder hebben de ontwikkeling van vaccins tegen het RS-virus en het Denque virus laten zien dat het symfonie-orkest van het immuunsysteem zich echter ook bijzonder agressief tegen de bezitter kan keren. en ook met het polio-vaccin hebben zich in het verleden kleine rampen voorgedaan, iets dat zich blijkbaar ook maar bij weinigen in het geheugen heeft genesteld. Alleen al om de reden dat er in het onderzoek naar het Pfizer/BioNTech en het Moderna vaccin gezamelijk naar schatting in totaal niet meer dan ongeveer 350 mensen in aanraking kwamen met het SARS-CoV-2 virus nadat ze gevaccineerd werden, is de vraag of deze vaccins op de langere termijn voldoende werkzaam en vooral voldoende veilig zijn nog lang niet adequaat beantwoordt.

De derde parallel met de geboorte van de nationaalsocialistische staat is het economisch belang dat de producenten van de vaccins – als machtige commercieel biomedisch bolwerken – hebben. Voor de vaccinproducenten is een vaccin dat in theorie aan de hele wereldbevolking zou moeten worden toegediend, niet minder dan een ultieme natte droom, zeker als blijkt dat de vaccinatie jaarlijks herhaald moet worden. Dit commerciële belang van de vaccin-producenten loopt parallel met het politieke belang, aangezien het vaccineren van de hele bevolking als resultaat zou moeten hebben dat de druk op onze gezondheidszorg afneemt. Het is een bijzonder welkome uitweg voor diezelfde politici die in de afgelopen jaren steeds opnieuw bezuinigd hebben op gezondheidszorg, de beddencapaciteit en intensive care bedden, waarbij in de afgelopen jaren meerdere kleinere intensive care’s werden gesloten, ondanks herhaalde waarschuwingen dat dit bij een uitbraak van een pandemie tot grote problemen zou lijden, iets waar deze politici nu liever niet aan herinnerd worden. Met enige cynisme kan men zeggen dat deze regering dit vaccin heel hard nodig heeft om haar door economische motieven ingegeven overheidsbeleid van steeds weer bezuinigen op de gezondheidszorg van de afgelopen jaren te maskeren. Ook daarom zijn sommige politici van mening dat het individuele belang opgeofferd moet worden aan de belangen van de vaccin-producenten en de politiek. Wij als artsen behoren echter altijd enkel en alleen het belang van de individuele patiënt te behartigen en niet, maar dan ook nooit de politieke belangen van de Staat te dienen, of de financiële belangen van de vaccin-producenten, zoals de Duitse artsen destijds besloten dat het belang van de nationaalsocialistische staat groter was het belang van de individuele patiënt (1). Maar mensen, en ook artsen leren blijkbaar weinig van de geschiedenis.

“Yet, the power of the white-coat demands, if we are to fulfil our obligations of trust, that we do not serve the state (and its economic interests), nor the patient’s family (however compassionate our motivations), nor any other “just cause” or goal, including our own”.

Toch, de macht van de witte jas vereist, als we aan onze verplichting van vertrouwen willen voldoen, dat we noch de staat dienen (of zijn economische belangen), noch de familie van patiënt (ongeacht de compassie van onze motivaties), noch welke ander doel of ‘nobel hoger streven’ dan ook, inclusief die van ons zelf.

De vierde parallel is dat net als in 1933 een ieder die zich tegen dit door overheid en vermeende experts uitgedragen officiële beleid verzet of hierover kritische vragen stelt, als gevaarlijk, (rechts-) extremistisch, opruiend, ondermijnend en zelfs psychiatrisch ziek wordt weggezet, of aangeduid wordt als sociopaat of psychopaat, zoals ik ook zelf tot mijn verbijstering heb ondervonden. Het is exact de strategie die de nationaalsocialisten in 1933 bijzonder succesvol hanteerden om hun tegenstanders het zwijgen op te leggen, desnoods met geweld: Zoals in het afgelopen jaar BOA’s, politie en Mobiele Eenheid demonstraties tegen dit door God, rede en wetenschap verlaten overheidsbeleid uiteenslaan, over tuinschuttingen klimmen en huizen binnendringen om mensen in hun eigen huis te intimideren over futiliteiten als het niet dragen van een mondmasker, het controleren of er niet teveel bezoek in huis is of over het geen afstand houden in de buitenlucht, daar waar de kans op besmetting sowieso minimaal of helemaal niet aanwezig is. Ik hoor van een 82-jarige patiënte met een ernstige COPD, een fragiele dame die echt geen mondmasker kan dragen omdat ze zonder mondmasker al Spaans benauwd is, afhankelijk is van haar rollator en openbaar vervoer, dat ze zonder pardon door twee BOA’s uit de metro wordt gezet en zich op eigen kosten met een taxi naar huis moet laten brengen, iets dat haar karige AOW-inkomen nog verder onder druk zet. Ik zie op social media een man van 72 aan zijn benen een supermarkt uitgesleurd worden omdat hij geen masker kan of wil dragen. Ik zie op een, met een mobiele telefoon opgenomen, filmpje hoe een Oostenrijkse vrouw die zonder mondmasker op de tram wil stappen zonder meer door een medepassagier letterlijk de tram wordt uitgeschopt. In het restaurant van het hotel waar ik verbleef, kwamen om 20:15 BOA’s binnen om te controleren of er nog alcohol in de glazen op de tafels stond, ook al ging het om drankjes als Radler, met 1% alcohol. Dàt is zoals een fascistische staat ontstaat, en ook hier heeft de omwenteling in korte tijd plaatsgevonden. Is dit het beroemde ‘gedragsexperiment’ waar Rutte c.s. op doelen? Gaat straks hetzelfde gebeuren als mensen een ‘vaccinpaspoort’ krijgen zoals een deel van onze politici, academici en artsen blijkbaar willen?

Bossen, parken en stranden worden in blinde paniek afgesloten door burgemeesters, ondemocratische bestuurders zonder de minste kennis of kunde, terwijl het bijzonder onwaarschijnlijk is dat op die plekken zelfs maar de minste kans op overdracht van het SARS-CoV-2 virus is. Vele ouderen die het in hun hoofd halen op eigen initiatief het verzorgingshuis te verlaten voor een verfrissende wandeling worden tegen hun wil in quarantaine geplaatst en opgesloten op hun kamers, om te voorkomen dat ze overlijden, maar wel genoeg tijd krijgen om geestelijk en lichamelijk weg te kwijnen,feitelijk geplaatst in ‘preventieve gevangenschap’. Niet zelden zonder dat ze het gevraagd wordt, worden ze bij herhaling getest op het SARS-CoV-2 virus, en anders ‘voor hun eigen bestwil’ op hun kamer opgesloten. ‘For the Greater Good of the Nation’. Om het Nederlands Volk gezond te houden. Tot het de door de regering, vele artsen en academici het door hen zo vurig gewenste vaccin ons komt verlossen, als ware het de opening van het tweede front met de landing op Normandië.

In rap tempo worden nu onze meest basale rechten afgenomen, werd de grondwet door een spoedwet opzij geschoven, enkel en alleen vanwege een ‘search & destroy’ strategie ter bestrijding van een relatief onschuldig virus dat zich tot nu toe op geen enkele manier heeft laten beteugelen door volstrekt belachelijke, achterhaalde, zoniet middeleeuwse maatregelen als een anderhalve meter-maatschappij, mondmaskers of lockdowns. En welk programma ik ook kijk, de politieke, academische en medische elite knikt instemmend, keurt het allemaal goed en zegt, tegen alle beschikbare wetenschappelijke kennis in, dat het niet anders kan en dat dit de beste manier is om dit virus te bestrijden. “For the greater good of the Nation.”

Zoals ik hier nogmaals benadruk, het uitrollen van een mRNA-vaccin, of het nu van Pfizer/BioNTech of Moderna is, is niets anders dan een massaal vaccin-experiment dat rechtstreeks onder deze Code van Neurenberg valt, zo niet wettelijk, dan toch op zijn minst moreel. Er dient dan ook aan twee voorwaarden te worden voldaan, en wel de absolute eis tot een eerlijke en volledige informed consent, waarin aan de potentiële ontvanger wordt verteld wat we wèl, maar toch ook vooral wat we (nog) niet weten, en een absolute eis tot vrijwillige deelname aan dit experiment, zonder enige druk van politiek, medici, academische elite of werkgevers. Waar het de informed consent betreft, blijft de Nederlandse Staat ernstig in gebreke en verlenen vele medici en academici stilzwijgend hun medewerking aan dit grootste vaccin-experiment ooit en verzaken hun plicht tot ‘informed consent’, terwijl wij als artsen ten alle tijd het belang van de individu als hoogste doel zouden moeten hebben, in plaats van het vermeende theoretische belang van het volk. Men dient te allen tijde voor ieder individu de onbekende risico’s af te wegen tegen de potentiële voordelen, zeker bij een infectieziekte die voor een 85-jarige een ongeveer 10.000 hogere kans geeft om te overlijden dan een 5-jarige. Die potentiële voordelen zijn er voor kinderen en volwassen in de leeftijdsgroep tot 55 helemaal niet of nauwelijks, en de potentiële nadelen zijn simpelweg niet bekend.

Waar het de vrijwillige deelname aan dit massale vaccin-experiment betreft is een vaccinatieplicht, direct of indirect, moreel en ethisch absoluut onaanvaardbaar. Dit des te meer, omdat per definitie niet kan worden voldaan aan een derde voorwaarde zoals geformuleerd in de Code van Neurenberg, namelijk het recht om het experiment te beëindigen op elk willekeurig moment dat de deelnemer daartoe besluit. Als een vaccin eenmaal is toegediend en tot onacceptabele bijwerkingen blijkt te leiden, kan dit namelijk niet meer ongedaan worden gemaakt. Wie eenmaal deelneemt aan dit experiment, kàn dus het experiment helemaal niet meer beëindigen en moet er maar het beste van hopen.

Ik besluit met de stelling dat als de geschiedenis ons een ding heeft willen leren het wel het volgende is: dat de gebeurtenissen in 1933 en in de jaren erna ons hebben laten zien dat ethische en morele aspecten over een te voeren beleid, ook waar het nu dit massale vaccinatie-experiment betreft, niet als vanzelfsprekend overgelaten kunnen worden aan wetenschappers, rechtsgeleerden en artsen, en al helemaal niet aan commercieel ingestelde biomedische bedrijven, aangezien een dergelijk te geven oordeel bij hen absoluut niet veilig is (9). Het openlijk pleiten voor een directe of indirecte vaccinatiedwang door academici als Roland Pierik, Marcel Verweij, Brigit Toebes, Gert van Dijk en Martin Buijsen, is hiervan een goed voorbeeld. Het is een moreel en ethisch verwerpelijk standpunt omdat het, op wat voor manier dan ook, onderscheid maken tussen verschillende groepen mensen, of het nu op basis is van geloof, huidskleur, ras of vaccinatiestatus, niet zelden het begin is van discriminatie, regelmatig gevolgd door het beperken van rechten van burgers, zoals nu al openlijk door deze academici als rechtvaardig wordt beleden, waarna uitstoting uit het sociaal-maatschappelijke leven de volgende logische volgende stap is. Verder dan dat wil en kan ik niet denken, maar de geschiedenis heeft ons meermaals geleerd dat de gevolgen nog veel afschrikwekkender kunnen zijn.

Directe of indirecte vaccinatiedwang: Het mag niet. Het mag nooit.

  1. Why did so many doctors become Nazis? Ashley K. Fernandes. Adapted from “Nazi Medicine and the Holocaust: Implications for Bioethics Education and Professionalism” in Nazi Law: From Nuremberg to Nuremberg. https://www.tabletmag.com/sections/history/articles/fernandes-doctors-who-became-nazis
  2. https://www.aerztezeitung.at/archiv/oeaez-2016/oeaez-12-25012016/ns-verfolgung-von-aerzten-entrechtung-vertreibung-ermordung-aerztekammer-wien.html
  3. The issues raised by the Nuremberg trials are as relevant to medicine in 1996 (and 2020) as in 1946. https://richardswsmith.wordpress.com/2020/11/20/the-issues-raised-by-the-nuremberg-trials-are-as-relevant-to-medicine-in-1996-and-2020-as-in-1946/